In de inderstaande woordelijst staan ook een flink aantal termen in het Engels. Die keuze heb ik gemaakt om twee redenen. De eerste is dat voor een aantal termen gewoonweg geen goede Nederlandse vertaling mogelijk is. Ten tweede omdat het merendeel van de literatuur over dit onderwerp Engelstalig is. Wanneer ik dat nodig vond heb ik een trefwoord twee keer opgenomen, een keer onder het Nederlandstalige trefwoord en een keer onder het Engeltalige trefwoord.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


A

AARDLUS
Brom in het audiosignaal die wordt veroorzaakt doordat elektrische stromen circuleren door de aardaansluiting van het instrument, er wordt dan geaard op verschillende punten met een verschillend potentiaal. Dit kan worden opgelost door de apparaat maar op een punt te aarden. Soms is dat door de constructie van het instrument niet mogelijk. De enige oplossing is dan de aardcontacten van de stekker af te plakken met isolatietape. Op zich niet aan te raden omdat het apparaat dan niet meer goed geaard is en dus in sommige gevallen er toe kan leiden dat de behuizing van het apparaat onder 220 Volt komt te staan, en je dus het risico loopt voor de laatste keer van je leven op het Program Change knopje te drukken.

ACCENT
Nadruk op een bepaalde toon.

ACCIDENTALS
Bij muziek zijn dit de mollen en de kruizen welke buiten de huidig gebruikte toonladder vallen. MIDI softwareprogramma's hebben de neiging deze weer te geven als verhoogde tonen (kruizen).

ACTIVE SENSING
Er zijn maar weinig MIDI instrumenten die deze functie aan boord hebben. Het idee erachter is dat er periodiek een signaal door de MIDI controller verstuurd wordt. Wanneer er een gebroken kabel of iets dergelijks resulteert in de verbreking van de MIDI verbinding dan zal de controller het ontbreken van het active sensing signaal detecteren en alle noten uitschakelen, anders zouden noten die 'aan' stonden altijd 'aan' blijven.

A/D CONVERTER
Apparaat die analoge data (tape, radio, LP's of je eigen opnames) omzet in een digitaal signaal (CD, DCC, DAT, harddisk). Zie ook D/A omzetting.

ADDITIEVE SYNTHESE
Het proces waarbij een complex geluid wordt gecreëerd met behulp van een aantal fundamentele frequenties (zuivere tonen of sinusgolven). Elk van de fundamentele frequenties heeft meestal zijn eigen amplitude envelope waardoor het mogelijk is om elk element onafhankelijk te beïnvloeden. Pijporgels of Hammondorgels zijn beide instrumenten die gebaseerd zijn op deze techniek.

ADSR
Afkorting voor Attack, Decay, Sustain en Release. Dit zijn de vier basisparameters van een synthesizers envelope generator. De Attack, Decay en Release parameters zijn instellingen die te maken met snelheid of tijd. Sustain is een nivo. Wanneer een toets wordt ingedrukt begint de envelope generator te stijgen naar zijn maximale nivo met een snelheid die wordt ingesteld door de attack parameter, wanneer dit nivo bereikt is, zal dit nivo weer dalen met een snelheid die wordt ingesteld door de decay parameter en tot een nivo die is ingesteld met de sustain parameter. De envelope generator zal net zolang op dit nivo blijven totdat de toets weer wordt losgelaten. Het geluid zal dan uitsterven, dus terug keren naar nivo 0 in de tijd die wordt ingesteld met de release parameter.

AFTERTOUCH
Dit is de druk die wordt uitgevoerd op een toets van het toetsenbord. Een synthesizer kan met deze druk verschillende veranderingen in geluid creëren, bijvoorbeeld een verandering in het LFO filter.

AKKOORD (Engels: Chord)
Drie of meer tonen die gelijktijdig klinken.

ALGORITME
Een stap voor stap procedure voor het oplossen van problemen, meestal betreft dit dan een wiskundig algoritme.

ALIASING
Aliasing is de term die gebruikt wordt om ongewenste frequenties te beschrijven die geproduceerd worden wanneer een geluid gesampled wordt met een samplefrequentie welke lager is dan twee keer de hoogste frequentiecomponent van het geluid dat gesampled wordt. Deze ongewenste frequenties zijn meestal te horen als fluittonen. De sampling technologie van E-mu is ontworpen om deze hoorbare aliasing te voorkomen..

AMPLITUDE
Amplitude is een term die hoogte van een signaal beschrijft. Dit kan gerelateerd zijn aan het volume van een audio signaal of de hoogte van de spanning bij een elektrisch signaall.

AMPLITUDE MODULATIE
Een verandering in het nivo van een signaal. Bijvoorbeeld, wanneer een Voltage Controlled Amplifier (VCA) wordt gemoduleerd met een Low Frequency Oscillator (LFO), zal het resultaat hiervan een periodieke verhoging en verlaging van het audio nivo zijn. In muzikale termen wordt dit Tremolo genoemd. De afkorting voor Amplitude Modulatie is AM.

ANALOOG
Gegevens (signal) in een niet digitale, continu veranderende form.

ANALOGE SYNTHESIZER
Een synthesizer die gebruik maakt van spanningsgestuurde analoge modules om een klank op te wekkken. Het idee om een verscheidenheid van analoge modules welke allemaal met elkaar verbonden kunnen worden is uitgevonden door Dr. Robert Moog. De drie belangrijkste spanningsgestuurde modules in een analoge synthesizer zijn: Voltage Controlled Oscillator (VCO), Voltage Controlled Filter (VCF), and Voltage Controlled Amplifier (VCA).

ARPEGGIATOR
Een apparaat of een computerprogramma dat een notenpatroon verschuift over het bereik van een toetsenbord. De snelheid waarmee dit gebeurd is variabelen en het patroon kan meestal worden gevarieerd afhankelijk van de volgorde of de relatie van de toetsen (noten) die worden ingedrukt..

ARTICULATIE
Het percentage van de nootduur dat daadwerkelijk gespeeld wordt. Dit kan het verschil weergeven van een staccato of een legato speelstijl.

ATTACK
De eerste parameter van een envelope generator welke de snelheid of tijd bepaald waarmee een toon na aanslaan stijgt naar het maximale nivo.

AUDIO
Geluid, of de uitzending en reproduktie daarvan.

AUTOMATISCHE BEGELEIDING (Auto accompaniment
Soms ook Orchestratie (Orchestration) of Automatische akkoorden (Auto Chord) genoemd. Dit zijn de rythmische stylen die gebruikt worden bij een keyboard (fingered of one-finger mode). Automatische begeleiding bestaat meestal uit een drumpatroon, een baslijn en andere verfraaiende klanken zoals een piano arpeggio of een gitaar.

AUTO CORRELATION
Een proces dat automatisch het optimale start- en eindpunt bepaalt voor een loop (bv. bij samplers) zodat de overgang van eind- naar startpunt zo min mogelijk, of liever helemaal niet, to horen is.

Goto top

B

BAND DOORLAAT FILTER
Een filter die alleen een bepaald frequentiebereik door laat, waarbij de overige frequenties die buiten dit geselecteerde bereik geblokkeerd worden.

BANK
Een verzameling geluiden, klanken of sounds (ook wel patches) die in een geheugen van een synthesizer passen. Moderne synthesizers werken tegenwoordig met meerdere banken.

BAUD of BAUD RATE
Dit is de eenheid die wordt gebruikt wordt het weergeven van de snelheid waarmee data wordt verstuurd via een seriële communicatiepoort zoals bijvoorbeeld de MIDI-interface. MIDI werkt op een snelheid van 31250 baud (or 31,25 kilobaud), Dit betekend dat bij een continue datastroom 31250 bits aan informatie per seconde worden verstuurd. Dit is niet zo goed als het lijkt omdat er bij het MIDI-protocol tien bits per byte worden vereist en er minimaal drie bytes per MIDI commando nodig zijn. Doorrekenend levert dit ongeveer duizend MIDI commando's per seconde op. Dit is echter voor de meeste toepassing ruimschoots voldoende, maar in complexe systemen kan dit een overbelasting  veroorzaken.

BINAIR
Een wiskundig systeem waarbij alleen de getallen 0 en 1 worden gebruikt. Dit lijkt weinig, maar dit is het systeem dat door alle digitale elektronica wordt gebruikt, dus ook door MIDI waarbij de waarden in binaire getallen wordt verstuurd.

BIT
Bit is een afkorting voor 'binary digit'. Dit is de basiseenheid van informatie die gebruikt wordt in een digitaal systeem (zoals MIDI).

BOUNCE
Term bij opnemen of sequencen van muziek. Dit betekend het combineren (mixen) van meerdere sporen naar 1 nieuw spoor.

BUFFER
Een gedeelte van het computergeheugen of de processor of andere microprocessor gebaseerde apparaten zoals bv. een synthesizer dat gebruikt wordt om tijdelijk data op te slaan om aldus de snelheid van het systeem te verhogen.

BULK DUMP
Dit is een reeks van system-exclusive messages. In het algemeen gaat het hierbij om het verzenden van grote hoeveelheden data zoals een song uit een on-board sequencer naar de softwaresequencer. Vaker nog gaat het verzenden en ontvangen van een geluidsbank of individuele patches van of naar een synthesizer vanuit een computerprogramma (Dit kan een sequencer zijn, maar bijvoorbeeld ook een editor/librarian programma).

BYTE
Digitale systemen werken normaal gesproken met 8 bits data tegelijk. Een dergelijke groep van 8 bits is een byte. Ook met een systeem als MIDI waar de data bit voor bit (MIDI is serieel) wordt verstuurd worden 8 bits nog steeds gegroepeerd tot 1 byte. 

Goto top

C

CENT
Eenheid van toonhoogte gelijk aan 1/100 semitoon.

DAISY CHAIN VERBINDING
Zie 'MIDI THRU'.

CHANNEL MESSAGES
Dit zijn de MIDI messages welke een kanaal nummer in de header van de boodschap bevatten en dus 1 instrument of sound van een instrument aansturen. Een Channel Message wordt alleen verwerkt door het instrument of sound wat op dit kanaal is ingesteld. Deze Messages bevatten commando's als note on, note off, en program change instructions. Messages welke geen kanaalnummer in de header hebben worden System Messages genoemd.

CHOKING
Dit is wat er gebeurd als een sequencer of een instrument meer data ontvangt dan het kan verwerken. Het resultaat is dat het tempo willekeurig varieert of dat bepaalde noten gewoonweg niet meer gespeeld worden.

CHORUS
Een effect waarbij twee identieke geluiden verdubbeld worden met daartussen een kleine vertraging (20-50 ms) en een van de kleine geluiden of beide licht gemoduleerd wordt.

CLIPPING
Een soort van vervorming die optreedt als een versterker overbelast wordt.

COMPOSEREN-ARRANGEREN
Twee activiteiten waarbij MIDI gebruikt kan worden. Een componist creëert muziek, een arrangeur past aan, bijvoorbeeld door de muziek voor andere instrumenten te herschrijven.

COMPUTER INTERFACE
Hardware waardoor een computer kan communiceren met andere apparaten. Bijvoorbeeld een MIDI-interface waardoor de computer kan 'praten' met muziekinstrumenten.

CONDENSATOR MICROFOON
Een microfoon welke geluidsdrukvariaties omzet in variaties in capaciteit en vervolgens in een elektrische spanning.

CONTINUOUS DATA
Met deze MIDI-term wordt de data bedoeld die door controllers, pitch bend, aftertouch, modulatiewiel e.d. worden gegenereerd.

CONTROLLER (1)
MIDI controller messages die het mogelijk maken om individuele instellingen een instrument of een ander MIDI apparaat aan te passen. Bijvoorbeeld de parameters van een ADSR envelope generator.

CONTROLLER (2)
Een MIDI controller is ook een apparaat dat MIDI-data verzend en daarmee andere MIDI-apparaten kan aansturen. De meest bekende is een MIDI-toetsenbord, maar ook bijvoorbeeld voetschakelaars, gitaarcontrollers, windcontrollers, drumpads e.d. zijn vormen van MIDI-Controllers. MIDI is niet alleen maar voor toetsenisten.

CONTROLLER CHANGE
Het commando wat door een Controller wordt verstuurd. Er zijn in het MIDI-protocol 128 van deze commando's beschreven.

CRESCENDO
Een geleidelijke toename in volume of speelsterkte. Het tegengestelde is decrescendo.

CROSSFADE
Een techniek waarbij de ene klank langzaam door middel van fade-out en fade-in overgaat in een andere.

CUTOFF FREQUENCY
De frequentie waarboven een laagdoorlaatfilter geen signaal meer door zal laten. Afkorting: Fc.

Goto top

D

D/A CONVERTER (DAC)
Een apparaat welke digitale informatie omzet in een analoog signaal. Alle digitale instrumenten hebben er een zodat we het analoge signaal kunnen aansluiten op een versterker of mengpaneel om aldus de muziek te kunnen horen.

DAISY CHAIN VERBINDING
Zie 'MIDI THRU'.

DAMPER
Van oorsprong is dit het pedaal van een akoestische piano waarmee het trillen van de pianosnaar wordt gestopt. Het sustainpedaal op akoestische piano's zorgt ervoor dat de klanken langer klinken.

DATA BYTES
In MIDI zijn dit de bytes in een MIDI message die na een status byte worden verstuurd en bevatten bijvoorbeeld informatie over welke toets is aangeslagen, hoe hard deze is aangeslagen etc.

dB(Decibel)
De eenheid van geluidssterkte.

DB/OCTAAF
De eenheid die gebruikt wordt om de demping van een filter weer te geven. Bijvoorbeeld: Een 24 dB/octaaf filter zal het ingangssignaal verzwakken met 24 dB een octaaf boven de ingestelde cutoff frequentie, met 48 dB bij twee octaven boven de cutoff frequentie, enz.

DIEPTE
De hoeveelheid toegepaste modulatie.

DIN CONNECTOR
Het type connector wat gebruikt wordt voor MIDI-aansluitingen. Er zijn verschillende soorten, het type wat voor MIDI gebruikt wordt is er een met 5 pennen in een 180 graden raster.


DUBBING
Een techniek waarbij een al eerder opgenomen instrument opnieuw wordt opgenomen waardoor er een dubbeling van instrumenten onstaat.

DYNAMISCH BEREIK
Het bereik tussen de zachtste en hardste geluid dat door een instrument geproduceerd kan worden. Of het bereik tussen de laagste en hoogste signaalniveau dat uit een aanslaggevoelig toetsenbord kan worden gehaald. Hoe groter het dynamische bereik, hoe gevoeliger het toetsenbord.

DYNAMIEK
Variatie in de intensiteit van muzieknoten.

Goto top

E

EDIT
Bij MIDI houdt editten in, het bewerken van met behulp van MIDI opgenomen muziekstukjes. Softwareproframma's als Cubase bieden verschillende methodes om deze muziekstukjes te bewerken. Bijvoorbeeld in trackscherm waarin muziekstukjes gekopieerd, verschoven en gedelete kunnen worden, een listscherm waar alle events onder elkaar staan, in een notenschriftscherm, waarin de muzieknoten op een WYSIWYG manier worden weergegeven, etc.

ENABLE - DISABLE
Respectievelijk het in- of uitschakelen van bepaalde mogelijkheden.

ENVELOPE
De verandering van een geluid in de tijd (Zie ADSR).

ENVELOPE GENERATOR
Een elektronisch circuit, welke wordt aangestuurd door het indrukken van een toets. Deze genereert een wisselende spanning welke op zijn beurt een VCF of VCA aanstuurt. AHDSR en ADSR zijn twee soorten Envelope Generators.

EQUALIZATION
Het selectief aanpassen van het volume van een bepaalde frequentieband. Hierdoor kunnen diverse frequenties extra versterkt of juist verzwakt worden.

EQUALIZER
Een apparaat waarmee het mogelijk is om bepaalde frequenties uit het frequentiespectrum selectief te versterken of te verzwakken.

EVENT
In het Nederlands, een gebeurtenis. Bij MIDI hebben we het dan over het signaal dat wordt verzonden bijvoorbeeld, note on, note off, program change, control change, etc.

EVENT CHASING
Zoekt de data in een sequence voor het startpunt van de opname. Zoekt met name naar patch changes.

EVENT LIST
Een alfanumerieke weergave van alle MIDI-gebeurtenissen (events) op een spoor. Bijvoorbeeld noten, tempo, program changes, control changes. Hierin is het mogelijk om veranderingen aan te brengen op een zeer gedetailleerd nivo.

EXPANDER
Een MIDI expander (of gangbaarder: soundmoduke) is een instrument zonder toetsenbord en alleen via MIDI kan worden bespeeld via de MIDI-In ingang. Afhankelijk van het merk/type bevat zo'n instrument alleen preset geluiden, maar tegenwoordig zijn deze vrij veelzijdig en zijn er een hoop instelmogelijkheden en is er ook geheugenruimte voor eigen (of van het gedownloade) geluiden.

Goto top

F

FADERS
De bekende schuifregelaars.

FILTER (1)
Een mogelijkheid in sequenceprogramma's om bepaalde events die binnenkomen uit het MIDI-signaal te filteren en dus ook niet op te nemen. Bijvoorbeeld events als program change, tempo change, Pitch Bend zijn te filteren.

FILTER (2)
Een apparaat dat gebruikt wordt om ongewenste frequenties uit een audio-signaal te halen. Laag-doorlaatfilters zijn de meest gebruikte type filters die worden toegepast in sythesizers. Deze laten alleen frequenties onder de ingestelde cutoff frequentie door (Laag-doorlaat). Hoog-doorlaat filters doen precies het omgekeerde, deze laten alleen de frequenties boven een ingestelde cutoff-frequentie door. Ten slot is er ook nog een band-doorlaatfilter die alleen frequenties tussen twee instelbare punten doorlaat.

FINGERED MODE
Over het algemeen toegepast in keyboards. Hiermee is het mogelijk om automatische begeleiding toe te voegen. Het onderste octaaf van het toetsenbord wordt dan gebruikt om de automatische begeleiding te spelen, terwijl met de overige octaven de melodie gespeeld kan worden.

FLANGE
Een effect welke ontstaat door twee identieke geluiden met een kleine vertraging (1- 20 ms) af te spelen. De term is ontstaan in de begindagen van audioopname, dit effect werd toen bereikt door de spoelen (in het engels: flanges)  van een taperecorder met de hand vast te pakken en aldus de draaisnelheid te vertragen.

FREQUENTIE

Het aantal cyclussen van een golfvorm die plaatsvinden in 1 seconde.

FREQUENTIE MODULATIE (FM)
Het coderen van een draaggolf door de frequentie hiervan te varieren op basis van het aangeboden ingangssignaal. (Afkorting: FM).

Goto top

G

GAIN
Een factor waarmee een apparaat (meestal een versterker) de amplitude van het signaal versterkt. Een negatieve factor zal het signaal verzwakken.

GATE TIME
De lengte van een geproduceerd geluid. (bv legato, staccato).

GEDEMPT
Verminderd in volume.

GENERAL MIDI MODE (GM)
Een afspraak tussen de fabrikanten van MIDI-instrumenten. Heeft met name te maken met de bank indeling van een instrument. Een Akoestische piano is dan altijd Program Change 1, een clarinet 72. Daarnaast bevinden de drums zich altijd op kanaal 10 en 11. Door deze afspraken is het mogelijk geworden om MIDI-files uit te wisselen. Voorheen had ieder merk/type zijn eigen indeling van de sounds. Heeft zijn voordelen, maar ook zeker zijn nadelen

GLIDE
Een effect dat wordt bereikt door een te spelen toon een semi-toon onder de gewenste toonhoogte te starten en dan te 'glijden' naar de gewenste toon. Een effect wat in MIDI wordt bereikt door gebruik van Pitch Bend.

GLISSANDO
Een snelle opeenvolging van opeenvolgende tonen. Wordt simpelweg bereikt door je hand gewoon over het toestenbord te laten glijden.

GLOBAL EDITING
Een functie in sequenceprogramma's die van toepassing is op het gehele opgenomen werk. Het transponeren naar een andere toonsoort is hier een goed voorbeeld van.

Goto top

H

HARDWARE SEQUENCER

Met de computers van tegenwoordig wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van software sequencers. Er zijn echter ook hardware versies op de markt.

HARMONISCHE VERVORMING
De aanwezigheid van harmonischen in het (audio-) uitgangssignaal van een apparaat welke niet aanwezig waren in het (audio-) ingangssignaal.

HEXADECIMAAL
Hexadecimaal is een getallenstelsel op basis van 16 eenheden. De normale eenheden van 0 tot 9 worden gevolg door de eerste zes letters van het alfabet (A to F) om zo de 16 door het stelsel vereiste verschillende eenheden te verkrijgen. De handleidingen van MIDI-apparatuur presenteert meestal de MIDI-codes in het hexadecimale formaat.

HOOG-DOORLAAR FILTER
Zie Filter(2)

HOORBAAR BEREIK
Het frequentiebereik dat het menselijk oor kan horen. Een gezond, jong iemand kan meestal frequenties horen tussen de 20 en 20.000 Herz. Dit bereik verminderd naarmate een mens ouder wordt. Langdurige blootstelling aan harde geluiden of muziek verminderd het bereik ook.

HUMANIZE
Een functie in sequencerprogramma's welke wordt gebruikt om strak opgenomen muziek een menselijk 'gevoel' te geven door via een bepaald algoritme variatie aan te brengen in de starttijden van de noten en de aanslagsterkte. Hierdoor wordt het zo vaak bekritiseerde mechanische karakter (welke onderstaat door niet echt te spelen, maar noot voor noot in een sequenceprogramma in te 'voeren') van met MIDI-gemaakte muziek verminderd.

Goto top

I

IMPLEMENTATION CHART
Voor sommige mensen het meeste lastigste deel van een handleiding. Je moet even leren om zo'n tabel te lezen. Deze bevat in feite niets meer dam eem overzicht van welke MIDI-commando's het apparaat kan versturen en welke het kan herkennen. Vaak zit daar een verschil in. Meestal kan een apparaat veel meer MIDI-commando's herkennen en verwerken dan het kan versturen.

INITIALISEREN
Initialiseren betekend eigenlijk niets meer dan het terugbrengen in zijn oorspronkelijke staat. Elk MIDI-instrument heeft bijvoorbeeld wel een optie om het instrument terug te brengen naar de 'Factory Settings' waardoor alle zelfgemaakte veranderingen ongedaan worden gemaakt en het apparaat weer hetzelfde werkt als toen hij de fabriek verliet.

INSTRUMENTATIE (Engels: Instrumentatrion)
De selectie van instrumenten die bij een (MIDI) arrangement worden gebruikt.

INTERFACE
Een koppeling tussen twee verschillende apparaten. Een MIDI interface verbind een computer en MIDI instrumenten aan elkaar.

Goto top

J

JACK-PLUG
Een soort steker. Vaak gebruikt voor het aansluiten van audio-apparatuur, en in 99% van gevallen toegepast op elektronische muziekinstrumenten.

Goto top

K

KANAAL
MIDI kent een onderverdeling in 16 kanalen welke worden gebruikt om verschillende secties van een song te scheiden welke tegelijk worden gespeeld. Elk kanaal wordt toegewezen aan 1 instrument (sound). Kanaal 10 is meestal gereserveerd voor de drums en percussie.

KEY SIGNATURE
Een notatie gebruikt in bladmuziek. Dit is de sleutel gevolgd door een aantal kruizen of mollen.

KEYBOARD ASSIGNMENT
Het toewijzen van bepaalde klanken aan een deel van het toetsenbord. Bijvoorbeeld de onderste twee octaven aan een bas-geluid, de bovenste aan een trompet.

KLOK
Een stabiele puls die door een generator wordt opgewekt en welke wordt gebruikt voor het synchroniseren van sequencers, drumcomputers enz. De meest gebruikte synchronisatiepulsen zijn 24, 48, or 96 pulsen per kwartnoot. Een MIDI klok werkt met 24 pulsen per kwartnoot. In specificaties van apparatuur wordt hiervoor de afkorting ppqn (pulses per quarter note) gebruikt.

Goto top

L

LAYERING
De mogelijkheid om meerdere klanken over elkaar heen te leggen.

LFO
Low Frequency Oscillator. Een oscillator die wordt gebruikt voor modulatie bijvoorbeeld voor vibrato.

LIBRARIAN
Dit is een computerprogramma waarmee het mogelijk is om de vaak meerdere geluidsbanken van een synthesizer te beheren en op te slaan. Hiermee kunnen ook eigen geluidsbanken worden samengesteld. Ook is het hiermee mogelijk om snel een bepaalde klank terug te vinden en met behulp van MIDI te verzenden naar de synthesizer.

LOOPING
Looping is het herhalen van een geluidsfragment (een sample). De kunst bij looping is het vinden van een begin en eindpunt met een vrijwel gelijk volume en klank om zo een hoorbare overgang te voorkomen als de loop weer terugkeert naar het beginpunt.

LOW NOTE PRIORITY
Wanneer meer noten worden aangeslagen of via midi afgespeeld dan het instrument aan kan zullen alleen de laagste noten worden weergegeven.

Goto top

M

MARKER
Een hulpmiddel in onder andere sequenceprogramma's. Hiermee kan men songposities vastleggen zodat men daar snel naar terug kan keren.

MCI
Media Control Interface

MELODY
Een van de elementen van muziek (naast harmonie en ritme). Een melodie is een opeenvolging van tonen.

MEGABYTE
Eenheid van geheugencapaciteit. Een Megabyte is gelijk 1024 kilobyte of 1048576 bytes..

MERGE
Het combineren of in elkaar over laten gaan van bijvoorbeeld twee tracks.

MESSAGES
De uiteindelijke opbrengst van MIDI is muziek: melodieën, harmonieën, ritmes. Een MIDI-message zelf is geen muziek of geluid. Er worden digitala commando's verstuurd, ongeveer zo'n 1000 per seconde.

METRONOME
A device to mark time by producing a repeated tick. The older type, a triangular box with a vibrating arm, was succeeded by an electrical unit. In MIDI, the ticks are computer-generated. MIDI: A protocol. The musical instrument digital interface comprises a MIDI card and cables connecting the computer to an electronic instrument, such as a keyboard. The MIDI card (a printed circuit board) is normally mounted in an expandable slot inside the computer. Keyboard synthesizers can also communicate with other synthesizers by means of a MIDI connection.

MIDI
Acronym for Musical Instrument Digital Interface. MIDI enables synthesizers, sequencers, computers, rhythm machines, etc. to be interconnected through a standard interface. MIDI is an asynchronous, serial interface, which is transmitted at the rate of 31.25 KBaud or 31,250 bits per second.

MIDI CHOKE
A term used to describe what happens if a system is called upon to transmit more data than MIDI can handle. Exactly what happens when MIDI choke occurs depends on the system, but at the very least it is likely that the timing of note on/off messages will be severely disrupted. In an extreme case it is possible that the MIDI controller would crash, and the system would be brought to a halt. Mono In a MIDI context 'mono' means that only one note per channel is possible. In MIDI mode 2 an instrument is truly monophonic as operation on only one voice is possible, but in mode 4 (formerly known as mono mode) it is possible for an instrument to operate monophonically on several channels. The instrument is then polyphonic, while it is the MIDI channels that are monophonic. The term mono is perhaps a bit misleading in this respect.

MIDI CLOCK
Allows instruments interconnected via MIDI to be synchronized. The MIDI Clock runs at a rate of 24 pulses-per-quarter-note.

MIDI CONTINUOUS CONTROLLER
Allows continuously changing information such as pitch wheel or breath controller information to be passed over the MIDI line. Continuous controllers use large amounts of memory when recorded into a MIDI sequencer. Some standard MIDI Continuous Controller numbers are listed below although the EIII allows you to assign controllers and destinations to any Continuous Controller channel.

MIDI FILE TYPES
Er wordt veelvuldig gesproken over MIDI File Type 0 en MIDI File Type 1. Het verschil is dat Type 0 maar 1 spoor bevat, deze bevat dan uiteraard wel meerdere kanalen, je kan het vergelijken met een multispooropname die naar een enkel spoor wordt gemixed. Type 1 bevat meerdere sporen, meestal 1 spoor per instrument. Functioneel is er geen verschil, maar er zijn programma's en instrumenten met een ingebouwde midifile-speler die alleen maar Type 0 of 1 ondersteunen.

MIDI IMPLEMENTATION CHART
Look for the MIDI Implementation Chart in the manual of your Master Controller (e.g., the keyboard). This will tell you what is transmitted (or recognized) for the various functions, like note number, the velocity (pressure on a key), aftertouch (change in pressure), pitch bender, control change, program change, system exclusive message, etc.

MIDI IN
One of three ports (connections): MIDI In, MIDI Out, and MIDI Thru. MIDI In receives information from other equipment. MIDI Out sends information to other equipment. MIDI Thru duplicates the information, and sends it to other equipment. By means of the latter, a synthesizer can echo messages to other synthesizers.

MIDI MAPPER
Microsoft's utility program, which can help in remapping patch, channel, etc. during playback.

MIDI NOTE NUMBERS
the numerical values (0 - 127) assigned to musical notes in the MIDI system.

MIDI OUT
One of three ports (connections): MIDI In, MIDI Out, and MIDI Thru. MIDI In receives information from other equipment. MIDI Out sends information to other equipment. MIDI Thru duplicates the information, and sends it to other equipment. By means of the latter, a synthesizer can echo messages to other synthesizers.

MIDI PITCH WHEEL SWITCH
Determines whether continuous controller information (e.g., note on, key pressure, control change, program change.) will be recorded.

MIDI SOUND GENERATOR
For authentic reproduction of acoustical instruments. It uses samples, instrument sounds stored as digitized audio. This is actually another term for synthesizer, converting MIDI events into real audio sound.

MIDI THRU
One of three ports (connections): MIDI In, MIDI Out, and MIDI Thru. MIDI In receives information from other equipment. MIDI Out sends information to other equipment. MIDI Thru duplicates the information, and sends it to other equipment. By means of the latter, a synthesizer can echo messages to other synthesizers.

MIDIEX FILE
Created by saving the current contents of the buffer. MIDIEX is a standard format containing raw MIDI data without a header (a line identifying the program).

MIXER
A device for combining, controlling and routing audio signals. A MIDI sequencer can virtually mix MIDI tracks or channels.

MIXING
Sometimes it is desirable to mix two or more tracks together. You can free up more tracks to use, or you might want to do some editing to several tracks and you can save time by mixing them, performing the edit and then unmixing, instead of performing the same edit on each one individually. Mixing can also be used to make arrangement changes. If you want to repeat a section of your song, one way would be to mix all the tracks, then copy and paste the section to be repeated.MPU 401 Compatible The reference is to a standard interface. (It derives from Roland's initial design.) Importance: MS DOS MIDI software often supports this user base, but not always.

MODULATION
In music, one usually thinks of modulating as passing from one key to another, by means of intermediate chords. In MIDI, modulation usually means applying a vibrato effect to a sound.

MODULATION INDEX
The depth of modulation when performing frequency modulation.

MODULE IDENTIFIER
The screen that displays information about what module is currently activated.

MONOPHONIC
A musical instrument that is only capable of playing one note at a time. Music with only one voice part.

MPU-401 COMPATIBLE
The reference is to a standard interface. (It derives from Roland's initial design.) Importance: MS DOS MIDI software often supports this user base, but not always.

MULTI-TIMBRAL
In sequencing, a multi- timbral sound module can play several parts on different channels simultaneously. A multi-timbral device is one that is prepared to sound like more than one instrument at a time.

MULTI-TRACK
A way to record a complex musical piece by dividing it into simple tracks, and combining the tracks during playback.

MULTI-TRACK RECORDING
Normally, one records on a single track ("Normal Mode" recording). Multi-track recording is feasible, however. Example: From a guitar, with each string on a different channel.

MULTI-VOICE MODE
A setting on a multi-timbral tone generator (such as a keyboard) for receiving multiple MIDI channels, each channel having a different voice (instrument).

MUSICAL SCORE
Most often, the written copy of a musical composition. Compose in MIDI, print the notation, and (voila!) there it is.

MUTE
A sequencer command to turn off specified tracks. Reason: So you can listen exclusively to one track.

Goto top

N

NOISE
That disturbance of a signal that might occur if your MIDI cables are too long,exceeding 15 meters in length, for example.

NOOTLENGTE
De lengte van een noot, weergegeven in een afgeleide van 1 hele noot (halve noot, kwartnoot, achtste noot, zestiende noot etc).

NORMAL MODE
When a (controller) keyboard has this setting (as contrasted with split, or fingered modes), the sounds are all of one voice, from the lowest note to the highest. In this mode, the resemblance is to an acoustical instrument. Related keywords: FINGERED MODE, SPLIT MODE

NORMALIZE
A digital processing function that increases the amplitude of a sound file until the peak amplitude of its loudest sample reaches 100% of full scale.

NOTATION
Writing text or music

NOTATION PROGRAM
Also called 'score writer' programs, these permit music to be written into the computer in standard music notation form. Some programs of this type are simply intended as a means of producing sheet music, but many now support MIDI, and will operate as step-time sequencers. In fact some will turn MIDI data into notes on the staves, and will operate as real-time sequencers (but will not necessarily work particularly well in this role).

Goto top

O

OCTAVE NOTATION
MIDI software and electronic keyboards use notations like F4 to represent the specific note (F) located in the 4th octave of an acoustical piano.

OMNI
When 'omni' is 'on', an instrument will respond to messages on any MIDI channel. When 'omni' is 'off', the instrument will only respond to one particular channel (mode 3), or each voice will be assigned to a particular channel (mode 4).

OMNI MODE
Refers to what MIDI channels your Slave is listening to. With Omni mode on, it will listen and respond to messages on all 16 channels. With Omni mode off, it will listen only to the one MIDI channel that you tell it to. If your application is simple and you don't want to deal with MIDI channels, you can leave Omni mode on. For instance, if you are just playing a keyboard with another tone module at the same time, you probably don't need to worry about this. But if you want to address different modules or different sounds for different parts, you'll have to set Omni mode to off

OVERLOAD
Distortion which is caused by exceeding the dynamic range of a circuit.

Goto top

P

PADS
(Sometimes "Multi-pads"). On keyboards, where you store percussive sounds.

PAN
To pan is to move the sound between full left and full right in a stereo sound field. It resembles the "balance" function of a stereo receiver- amplifier.

PANNING
To move an audio signal from one output to the other. Panning a sound between two speakers changes the apparent position of the sound.

PARALLEL INTERFACE
A computer interface in which data is passed simultaneously over many wires. A Parallel Interface is usually much faster than a serial interface. The SCSI Interface on the Emulator III is an example of a Parallel Interface.

PARAMETER
A tough word to define. In mathematics, it's a variable or an arbitrary constant. In MIDI, it's a value assigned at the beginning of an operation. Examples: pitch bend, sustain, voice number, volume, reverb.

PATCH
In some early keyboard synthesizers, one selected "instruments" to play (e.g., vibraphone, clarinet.) Later, the term "voice" emerged, in part, because some of the sounds went beyond instruments (police whistles, human voices, etc.). In contemporary MIDI-computing, the word "patch" is prominent, one reason being that a single keyboard setting, like 99, may encompass a large range of percussive sounds. In any event, to a sequencer, the patch setting will determine the nature of the sounds.

PATCH LAYOUT
A potential source of trouble for MIDI users. Manufacturers of synthesizers have not standardized the correspondence between patches and numbers. On a Roland keyboard, the Celeste patch number might be 24; on a Yamaha 09. Microsoft's MIDI Mapper is designed to help rectify this.

PATTERN-RECORDING
Establishing a pattern, e.g., a bass drum beat, then embellishing it.

PCM
Pulse code modulation a process of digital recording, for example used by Windows PCM format.

PERCUSSION
A percussive instrument is sounded by striking or shaking. Examples: Bass drum, snare, bongo, cymbal, high-hat. By extension, the term also encompasses so-called "background sounds," like wind chimes, thunder, voices.

PIANO-ROLL EDITOR
A common notation used for editing by many sequencers. The notes of each track are shown as horizontal bars, the vertical position representing pitch; the horizontal length representing duration of the note (or chord).

PITCH
The property of a musical tone, determined by frequency.

PITCHBEND
A synthesizer performance technique that involves sliding the pitch of a sound up or down by means of a controller.

PITCHBENDWHEEL
A wheel on the keyboard that allows notes to be bent up or down. (Example: a sliding trombone sound.) "Pitch bend" is a MIDI message.

PLAY LIST
A list of tunes to be performed in succession. The sequence is pre-programmed.

PLAYER
In the realm of MIDI-computing, the sequencer is still the Virtuoso. But MIDI players are prominent too. They play the sound files. They compile Play Lists of songs, and sometimes group them into albums.

POINTER
In the sense of a song pointer, it is a MIDI message that moves a sequencer to a certain point in the sequence. As a computing term it means an on screen pointer.

POLY
In a polyphonic mode an instrument can handle several notes at once. In mode 3 it is possible to have polyphonic operation on each MIDI channel. The maximum number of notes available at one time is determined by the instrument,the MIDI specification does not set any upper limit.

POLYPHONY
From the Greek, meaning variety of tones. In MIDI, the question is: "How many notes can be played simultaneously?" Maximum polyphony cannot be exceeded.

PORT
It's a location in hardware where data is passed in and out. In setting up MIDI, one must make port assignments, so that channels can be correctly addressed.

PPQN
Pulses per quarter-note. A measurement of time resolution.

PRESET
A preprogrammed sound and control setup on a sampler or synthesizer. Presets can be made up in advance of a performance, stored in memory, then recalled instantly when desired.

PRESSURE SENSITIVITY
The ability of an instrument to respond to pressure applied to the keyboard after the initial depression of a key. Sometimes called aftertouch.

PROGRAM CHANGE
Like controller change, this event will be displayed in the Event List Editor. An illustrative program change would be the introduction of a new voice (instrument).

PROGRAM DUMP
Many MIDI equipped instruments have the ability to send out via MIDI the full contents of their program memory, or to provide a 'program dump'. This can be used to send a set of programs from one in- strument to another (but they will normally need to be instruments of exactly the same type). This facility can also be used to send data to a computer or MIDI disk drive, and then feed it back again when and as required. There is no special MIDI program dump message, and this facility operates under system exclusive messages.

PROXIMITY EFFECT
When cartioid microphones are placed very close to the sound source, a boosting of the bass frequencies occurs which is known as the proximity effect.

PULSE
The tick of a computer clock is sometimes referred to as a "pulse." Example: One clock pulse might be defined as 1/240th of a quarter-note.

PUNCH-IN
When recording, punching in over-writes a previously recorded track starting at the punch in point.

PUNCH-OUT
When recording, punching out stops the recording process started by a punch in, thus preserving the previously recorded track starting at the punch out point.

PUNCH-RECORDING
A feature that allows automatic on-off recording at specified points.

Goto top

Q

QUANTIZATION
To quantize is to force all notes played to fall on the nearest beat specified. It shifts events (like note on) to an exact rhythmic position.

QUANTIZE
A function on some sequencers which modifies the information in its memory to improve the rhythmic accuracy and correct playing errors.

Goto top

R

REALTIME
In MIDI, there are two types of recording procedures: (1) real-time; (2) step-time. The former resembles traditional recording, as with a tape recorder. Step-time recording is really sequential: note-by-note, chord-by-chord.

REALTIME CONTROLS
Occurring in actual time or live.

REALTIME SEQUENCER
A sequencer where the music is entered into the unit simply by playing it on a MIDI keyboard. The sequencer records the data from the keyboard, which is stored in its memory together with timing information. The ability to change the playback speed is a standard feature. The more up-market systems permit note values and durations to be edited, and multi-track sequences to be built up.

RECORD
In the world of sound, to register something reproducible on a disk, like a phonograph record, or on magnetic tape. Traditional recording captures the amplitude (height) and frequency (number) of wave forms. MIDI-computing does not really "record." It encodes messages, digitally, by means of numbers. Because of established usage, however, the words "record" and "recording" often appear in MIDI- computing, along with "play," "rewind," "fast forward," etc. In MIDI-computing, these words are really metaphors. A typical sequencer will "record" all of the MIDI events received, along with the time they were received.

RESET
Keyboards, like computers, sometimes "lock up." To restore normal operation, the System Reset is used. There is another meaning in MIDI software: Reset means to return to the first measure.

RESONANCE
A frequency at which a material object will vibrate. In a filter with resonance, a signal will be accentuated at the cutoff frequency.

REST
In music, a rhythmic silence. Examples: a 2-beat rest, a quarter-note rest.

Goto top

S

SAMPLE RATE
When digitally sampling a signal, the rate at which level measurements of the signal are taken.

SAMPLER
A device that digitally records sounds for later performance. It can usually manipulate these sounds in a variety of ways.

SAMPLING
Emulating the sound of an acoustical instrument by digitizing (converting to digital sound) the waveforms produced by the instrument.

SEQUENCER
A device which steps through a series of events. A digital sequencer may record keyboard data, program changes, or realtime modulation data to be played back later much like a tape recorder or player piano. Digital sequencers use memory on the basis of events (key on, key off, etc.) while a tape recorder uses memory (tape) on the basis of time.

SEQUENCER MEMORY
It is in RAM (Random Access Memory). It is measured in the number of events that can be accommodated.

SERIAL (1)
Appearing in succession, one at a time. MIDI messages, for instance, as displayed in an Event List.

SERIAL (2)
MIDI is a form of serial communications system, which simply means that it sends information one 'bit' at a time. Parallel systems send data several 'bits' at a time, and are usually much faster. They need multi- way connecting cables though, and often have very restricted ranges (a couple of metres in some cases). Although slower, a serial system is more practical for many applications.

SIGNAL PROCESSING
The art of modifying an existing sound through the use of electronic circuitry.

SLEUTEL
Het symbool aan de voorkant van een notenbalk welke gebruikt wordt om de toonhoogte aan te geven. De meest gebruikte zijn de F en G-sleutel .

SLIDER
An input-device to increase or decrease volume. Also refers to an on-screen image (like a button control) that one can move with a mouse.

SMPTE
Usually indicates a standardized time code developed by the Society of Motion Picture and Television Engineers. The time code is used in the MIDI world as a way of synchronizing MIDI to external events.

SOLO
If you want to listen exclusively to one track, you can mute all other tracks. Alternative: Select a track to "solo" (a feature that some sequencing programs offer).

SONG CLEAR
To erase the contents of all tracks.

SONG POINTER
MIDI information which allows equipment to remain in sync even if the master device has been fast forwarded. MIDI Song Pointer (sometimes called MIDI Song Position Pointer) is an internal register (in the sequencer or autolocator) which holds the number of MIDI beats since the start of the song.

SOUND DEVICE
Any device is part of the system's hardware. Examples: a printer, mouse, modem, etc. A sound device might be, for instance, a MIDI synthesizer, a CD-ROM drive, a videodisc player.

SOUND DRIVER
Device drivers are software that control communication between devices (a mouse, printer, modem.) and the computer. A sound-driver controls the sound card or the sound device, such as a MIDI-compatible synthesizer. The sound driver must be correctly configured for your computer.

SOUND MODULE
The component in a device (such as a keyboard) that produces the sound (e.g., a violin melody, a drum rhythm). This is another term for MIDI sound generator.

SOUND RECORDER
Microsoft's Windows accessory that can play, record, and edit sound files in the WAVE (non-MIDI) format.

SPEED, PITCH
Perhaps the most important capacity of a sequencer. Tempo can be changed without affecting pitch. Thus, a difficult passage can be recorded slowly, then played at a faster tempo, with no change in pitch.

SPLIT MODE
Divides a keyboard into two sections, each of which can play a different instrument. Example: From the split-point (like C#3), the left hand can be producing the sounds of an organ, while the right hand plays a flute melody line.

SPLIT POINT
In a split mode, the location on a keyboard where one voice (instrument) is differentiated from another. G2, for example, might be set to allow one voice (say, choir) in the left hand, another voice (say, violin) in the right hand.

STANDARD MIDI FILE
Identified by its extension (.MID, sometimes .MFF or .SMF), this is a file that can store MIDI messages, such as songs. The data in a MIDI file can be played, manipulated, edited. A MIDI file comprises actions performed on an instrument (keys pressed, how hard.) There is a standard MIDI file format. A principal advantage of a MIDI file: It uses comparatively little disk space, but, more importantly, it is a standard across platforms and sequencers.

STATUS BYTE
In a MIDI message, this announces what kind of message is being sent, e.g., "note-on."

STAVES
Plural of staff, those horizontal lines and spaces.

STEP TIME
A sequencer mode where events are entered one at a time.

STOMP BOXES
Floor pedals for enhancing tones, used principally by guitarists.

SUBTRACTIVE SYNTHESIS
The process of constructing a sound by starting with a complex sound and then removing harmonics with a filter. A low pass filter is most commonly used. The cutoff frequency of the filter is usually dynamically varied, which changes the harmonics that are removed. Using the low pass filter on the Emulator III to alter the sound is a form of subtractive synthesis.

SUPERMODE
An Emulator III MIDI function designed to enhance the Sequencer/MIDI interface. It maps data occurring on a specific MIDI channel to a specific preset within the bank. Similar to standard MIDI Omni Off/Mono mode, but more flexible. Each channel can contain polyphonic note data.

SUSTAIN
To sustain is to hold a note (or a chord). The musical tones fade out gradually.

SYNCHRONIZE
To make synchronous or simultaneous. Example: to synchronize a drum pattern to play with melodies and chords on a synthesizer. MIDI synchronization is a coordinating function, involving a sync signal.

SYNCOPATION
Changing a regular metrical accent, e.g., by coming in early or late on a beat. It is a form of rhythmic improvisation.

SYNTHESIZER
(Often shortened to synth.) A device driven by a microprocessor, which contains a programmable chip. Examples of instruments that can control synthesizers: Guitar, keyboard, wind, string, drum controllers. The keyboard itself does not produce musical sound. A synthesizer circuit, built into the keyboard, accomplishes this function. Originally, a synthesizer was so called because it synthesized acoustic instruments. Nowadays, the term refers to the sound-generating circuitry of any MIDI gear. Another term is sound module.

SYSEX
System Exclusive data is MIDI's way of letting each synthesizer manufacturer transmit private data about their products. A System Exclusive message has a manufacturer ID, and the rest of the message is completely proprietary and varies for each manufacturer and even each of their products. You can load and save individual Sysx banks to the file format used by the popular public domain MIDIEX bulk dump utility. The file extension used is .SYX. Most other utilities use the same format and extension.

SYSTEM MESSAGES
These are the MIDI messages that do not carry a channel number in the header byte. They are therefore responded to by every piece of equipment in the system that recognizes them. These are mainly the MIDI clock and associated messages.

Goto top

T

TAPER
A digital signal processing function that fades a sound in or out between two points. Tapering permanently modifies a sound.

TEMPO
In music, the rate of speed (like allegretto). Electronic keyboards provide controls to set or change tempo. A quarter-note setting may range from 40 to 240 beats per minute. Software sequencers also set and change tempo. Examples of tempo settings: Viennese waltz 190 bpm; disco-rock 104 bpm; swing 166 bpm. Sequencers display the exact beat (e.g., beat number 29) of the music being recorded or played.

THRU
A THRU socket is to be found on many items of MIDI equipment. It simply provides a replica of what is received on the IN socket. In a multi-unit system the THRU socket on one unit can be coupled through to the IN socket of the next unit (chain connection).

THRU-BOX
Not all MIDI units have THRU sockets, and in particular, they are often absent from keyboard instruments. A THRU-box has a MIDI IN socket and several THRU output sockets. In a multi-unit system the OUT socket of the controller connects to the IN socket of the THRU-box. The THRU outputs then connect to the IN sockets of each instrument etc. in the system (star connection).

TIMBRE
Tone color. The quality of a sound that distinguishes it from other sounds with the same pitch and volume.

TIME BASE
The number of clock ticks per beat. Illustrative range: 120-768.

TIME SIGNATURE
In traditional musical notations, this is expressed as a fractional sign, like 3/4. The denominator indicates the unit for the beat; the numerator shows the number of notes per measure.

TONE GENERATOR
Essentially, a synthesizer without a keyboard.

TOUCH RESPONSE
A feature of some electronic keyboards, enabling one to control loudness according to how hard the keys are pressed.

TRACK
In MIDI, the term "track" designates a location where one records or plays back a musical message, -usually a portion of the total arrangement. To illustrate, one might record an oboe melody line on Track Two, then record a bowed bass line on Track Three. When played, the sounds can be simultaneous. Most MIDI software now accommodates 64 tracks of music, enough for a rich orchestral sound. Important: Tracks are purely for convenience; channels are required.

TRACK CLEAR
To erase the contents of a specific track.

TRACK MERGE
To merge the contents of two tracks and store in a third track.

TRACK NAMES
Names like "melody line," "bass line," "left hand," etc. are assigned to tracks to help determine the instrumentation of a sequence.

TRANSCRIPTION
The word has been used extensively in music. Example: arranging for some instrument or voice other than the original. In MIDI, a common usage refers to converting a MIDI file into musical notation for printing. This is accomplished by notation software.

TRANSPOSE
To perform a musical composition in a different key. Both synthesizers and sequencers can carry out this function.

TREMOLO
A cyclic change in amplitude, usually in the range of 7 to 14 Hz. Usually achieved by routing a LFO (low frequency oscillator) to a VCA (voltage controlled amplifier).

TRUNCATION
When manipulating a sample, truncation shortens a sample's length by trimming off parts of the beginning and/or end.

TUNING
440 Hertz is the normal tuning value. However, the pitch of a synthesizer can be altered, raised or lowered. Changes in the tune value are expressed as plus or minus cents.

TUPLET
A triplet always designated three notes over two beats. The word "Tuplet" is a generic term, in fancy language "non-integral duration values." Think of quintuplets (5) or sextuplets (6). (Notes, not offspring from a single birth.)

Goto top

U

Goto top

V

VCA
Voltage Controlled Amplifier. A circuit whose gain is determined by a control voltage.

VCF
Voltage Controlled Filter. A filter whose cutoff frequency or resonant frequency is determined by a control voltage.

VELOCITY
Velocity is the MIDI way of determining how hard a note is pressed on the keyboard controller.

VELOCITY SENSITIVITY
A keyboard which can respond to the speed at which a key is depressed; this corresponds to the dynamics with which the player plays the keyboard. Velocity is an important function as it helps translate the performer's expression to the music. Velocity can be routed to many destinations on the Emulator III and is also translated over the MIDI line.

VERSTERKER
Een apparaat dat de hoogte van een spanning of stroom verhoogt zonder de golfvorm van het signaal te vervormen. Een versterker gebruikt het zwakke signaal van een lijn-ingang of microfoon en zorgt voor het noodzakelijk vermogen om dit signaal via speakers hoorbaar te maken.

VERTRAGING
Sommige sequencers hebben een vertragingsfunctie waardoor het mogelijk is om data op een track iets vertraagd naar een andere track te sturen. De gedachte hierachter is dat het hierdoor mogelijk is om instrumenten te synchroniseren wanneer er een sneller op de data reageert dan andere instrumenten. Meestal echter ontstaat er vertraging wanneer de data via een MIDI-IN aansluiting via MIDI-THRU wordt doorgegeven en niet zozeer door de reactiesnelheid van een instrument.

VERZWAKKER
Verzwakken is het laten afnemen in kracht, waarde of aantal. Een verzwakker is een apparaat dat de waarde van iets verminderd, meestal is dat de amplitude van een signaal.

VIBRATO
A cyclic change in pitch, usually in the range of 7 to 14 Hz.

VOICE EDITOR
The minimalist approach to synthesizer controls has made setting up the required sounds a relatively long and difficult process. A voice editor program provides on-screen controls that can quickly and easily be adjusted. New control settings are almost instantly sent to the instrument via MIDI so that the effect of adjusting controls can be heard, and fine adjustments easily made.

VOLTAGE PEDAL
A pedal which outputs a control voltage which is dependant on its position.

Goto top

W

WAVEFORM
A representation of a wave's amplitude over time.

WRITE PROTECT
To protect data (either on a disk or in memory) from being written to, although data can still be read.

Goto top

X

XG
Yamaha XG is a standard like Roland GS, an improvement on GM. For more information go to the official Yamaha XG pages.

XLR
This is a type of electrical connector used for MIDI interconnections on some equipment (generally units that are designed for rough handling on the road). Any supplier of MIDI equipment which uses this type of connector should be able to supply suitable connecting leads as well, together with adaptors to permit standard 5 way DIN MIDI leads to be used.

Goto top

Y

Goto top

Z

ZERO CROSSING
The point where the polarity of an electrical or sampled signal changes from positive to negative (or vice-versa) as it passes through zero. A zero crossing provides a convenient point to splice two sounds because the levels of the two splice points are the same at zero volts.

ZOOM
To magnify the image on a monitor screen, especially useful when editing notes in Standard MIDI files.

Goto top